Door gastblogger Arjan van der Plas, vader van zoon met diabetes

“Pap, eerst tot tien tellen, dan voelen of mijn bil ontspannen is en dan tot drie tellen. Daarna pas die nieuwe pomp inschieten! “

Zo gaat het nu twee jaar. Twee jaar waarin hij veel heeft geleerd en meegemaakt. Bij de eerste keren dat zijn infuus werd ingeschoten, koelde ik zijn bil eerst met een ice-pack. In noodgevallen gebruikten we ook nog wel een bevroren zak Franse friet. In zijn eigen tempo laat ik hem nu steeds meer dingen zelf opknappen en regelen. Soms gaat dat vrij aardig en soms helemaal mis. Dan zeg ik dat hij moet spuiten (ik ben nog van de injectiespuit-generatie en kan niet wennen aan dat rare woord: bolussen. Dat wekt associaties op met Zeeuwse koeken en iets anders waarvan ik u om hygiënische redenen de details zal besparen) en dan blijkt twee uur later dat ie het vergeten is. Meteen een bls van 24.7. Met een flinke bolus (!) valt dat wel weer te corrigeren.
En dan hoor ik in mijn hoofd mijn moeder tegen me zeggen: iedere keer dat je zo hoog zit dan gaat er in je lichaam iets kapot wat nooit meer te maken is… Dan kijk ik naar mijn dappere vent en slik ik. En nóg een keer.

Want ondanks dat er sinds de start van mijn eigen diabetes carriere, bijna 34 jaar geleden, en nu een heleboel veranderd is, zie ik toch een aantal overeenkomsten. Pijnlijke, dat wel.
Net zoals ikzelf vindt Stan het stom en oneerlijk dat hij diabetes heeft.
“Waarom ik Pap?” Wat moet je dan zeggen? Dat hij gewoon pech heeft? De wetenschappelijke benadering? Ik weet het niet. Ik maak me er meestal vanaf door langs de brok in mijn keel te zeggen dat het komt omdat ie zo bijzonder en lief is. En dapper. En sterk. Omdat andere kindjes het misschien niet aankunnen. Hij lijkt dan even tevreden met dit antwoord maar we weten allebei dat het bullshit is!
Verder snap ik ook wel zijn angst om zelf te infuusjes in te schieten. Hoe vaak heb ikzelf niet tergend langzaam een injectienaald van minimaal 35 centimeter, tenminste zo voelde het, millimeter voor millimeter mijn buik, bil of been ingeschoven? Heel vaak. Overigens maakt Stan nu zelf zijn pomp helemaal zelf gebruiksklaar als zijn infuus moet worden vervangen! Omdat hij niet zoveel vet heeft, hij heeft duidelijk de bouw van zijn vader (!), schieten we zijn infuusje in zijn bil. Straks zal dit zich gaan verplaatsen naar zijn buik. Dus ook daar is al angst voor.
Feit blijft wel dat ieder kind uiteindelijk zélf moet gaan spuiten en koolhydraten tellen en infuusjes vervangen en vingerprikjes doen en…. Het is veel. Heel veel. Bij mij als Groot Mens duizelt het af en toe maar bij kindjes lijkt het veel geleidelijker te gaan. Het is net als fietsen en leren zwemmen, de een pikt het gewoon eerder op dan de ander. De pomp zelf heeft namelijk weinig geheimen meer voor hem. Hij bedient hem net zo makkelijk als de Wii spelcomputer, mijn laptop en de Ipad. Het enige wat hij nog niet kan bedienen is de afwasmachine. (Ik zei al dat ie op mij lijkt! ) Hij voert in en bedient, ík heb de eindverantwoordelijkheid en bepaal. Maar ook dat zal ooit moeten veranderen. Ooit. Laat hem nu nog maar even Stan zijn. Gewoon mijn lieve en dappere Stan die toevallig diabetes heeft. En vooral niet die diabeet die Stan heet.
Dit weekend gaan we zijn tweede diabetesverjaardag vieren. Met hypo in plaats van bingo, Ezeltje-PRIK-je en onbeperkt suikerspin eten!
Maar we beginnen zijn suikerfeest met een lekkere bolus. Een Zeeuwse!